Op deze pagina vindt u informatie over wat er met de vernieuwde pensioenregeling verandert als u komt te overlijden. Klik op uw situatie om te zien wat er voor u verandert.
Samenvatting: De keuze die u bij uw pensionering heeft gemaakt voor partnerpensioen blijft gelden in de vernieuwde pensioenregeling. Wat verandert is dat we de hoogte van het partner- en wezenpensioen vanaf 2028 elk jaar opnieuw vaststellen.
Toen u met pensioen ging, heeft u gekozen wat u wilde doen met het opgebouwde partnerpensioen. U kon ervoor kiezen om het partnerpensioen (voor een deel) in te wisselen voor een hoger pensioen voor uzelf. De keuze die u toen heeft gemaakt, blijft staan. Die verandert niet.
Heeft u na uw pensionering een nieuwe partner gekregen? Dan heeft deze partner geen recht op partnerpensioen van SPMS.
Heeft u toen u met pensioen ging gekozen voor partnerpensioen? Dan gaat dit over naar de vernieuwde pensioenregeling. Uw partner krijgt dit pensioen vanaf de eerste dag van de maand na uw overlijden, zolang uw partner leeft.
Bij de overstap voegen we de toekomstige vaste stijging van 3% toe aan het partnerpensioen. Hierdoor wordt het partnerpensioen hoger. Uw partner kan in de vernieuwde regeling dus niet meer kiezen voor hoge of lage conversie.
Ook het opgebouwde wezenpensioen gaat over. Er verandert wel iets aan de leeftijd tot wanneer kinderen wezenpensioen krijgen.
In de vernieuwde pensioenregeling krijgen kinderen wezenpensioen tot hun 25e verjaardag. Het maakt niet meer uit of zij studeren.
In de huidige pensioenregeling stopt het wezenpensioen meestal op 18-jarige leeftijd. Studerende kinderen kunnen nu nog wezenpensioen krijgen tot 27 jaar.
Voor het opgebouwde wezenpensioen, geldt een overgangsregeling. We vragen studerende kinderen vlak voor hun 25e verjaardag nog één keer om een studieverklaring. Met een geldige studieverklaring blijft het wezenpensioen doorlopen tot 27 jaar.
Het partnerpensioen dat u vóór 1 januari 2028 heeft opgebouwd, blijft bestaan. Uw partner ontvangt dit vanaf de eerste dag van de maand na uw overlijden, zolang uw partner leeft. Bij de overstap voegen we de toekomstige vaste stijging van 3% toe aan dit partnerpensioen.
De hoogte van het partner- en wezenpensioen dat uw nabestaanden ontvangen na uw overlijden, stellen we elk jaar opnieuw vast. Het maandelijkse bedrag blijft vervolgens het hele jaar hetzelfde. We nemen maatregelen om dalingen te dempen.
Hoeveel partner- en wezenpensioen nu voor uw situatie is geregeld, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht.
Eind 2027 ontvangt u een voorlopig overzicht met de hoogte van het verwachte partner- en wezenpensioen in de vernieuwde pensioenregeling.
Dit geldt zowel voor uw pensioen als voor het partnerpensioen. Zo werkt het nu en straks:
Voor deze verandering ontvangt u een eenmalige verhoging.
Heeft u geen partner of kinderen (meer) en heeft u partner- en wezenpensioen opgebouwd? Dan gebruiken we dit geld om de pensioenen te betalen van mensen die ouder worden dan gemiddeld. Zo zorgen we ervoor dat iedereen pensioen krijgt, hoe oud iemand ook wordt.
Samenvatting: In de vernieuwde pensioenregeling blijft er pensioen geregeld voor uw partner en kinderen als u overlijdt. Zolang u pensioen opbouwt bij SPMS, bent u standaard verzekerd voor partner- en wezenpensioen. De hoogte van deze pensioenen hangt af van uw pensioengevend inkomen in het jaar voor uw overlijden.
Volgens de huidige pensioenregeling bouwt u pensioen op voor uw partner en kinderen. De hoogte daarvan hangt samen met hoeveel pensioen u voor uzelf opbouwt.
In de vernieuwde pensioenregeling zijn er 4 belangrijke veranderingen:
Stopt u als vrijgevestigd medisch specialist, bouwt u nog geen pensioen op bij een andere pensioenuitvoerder en bent u nog niet met pensioen?
Dan geldt het volgende:
Overlijdt u terwijl u pensioen opbouwt bij SPMS? Dan krijgt uw partner pensioen vanaf de eerste dag van de maand na uw overlijden. Uw partner ontvangt dit pensioen zolang uw partner leeft. U bent hiervoor automatisch verzekerd zolang u premie betaalt aan SPMS.
Daarnaast krijgt uw partner het tot 1 januari 2028 opgebouwde partnerpensioen.
In de huidige regeling is er tijdelijk partnerpensioen verzekerd zolang u pensioen opbouwt. Overlijdt u in deze periode, dan krijgt uw partner naast partnerpensioen ook een tijdelijk partnerpensioen tot de AOW-leeftijd. In de vernieuwde regeling vervalt de verzekering van het tijdelijke partnerpensioen.
Zolang u pensioen opbouwt bij SPMS, krijgt uw partner elk jaar zo lang uw partner leeft 50% van uw pensioengevend inkomen. Het pensioengevend inkomen is in 2026 maximaal € 137.800.
Naast dit verzekerd partnerpensioen krijgt uw partner ook het partnerpensioen dat u vóór 2028 heeft opgebouwd. Dit opgebouwde partnerpensioen stellen we elk jaar opnieuw vast. Net als uw eigen pensioen.
Het partnerpensioen dat u vóór 1 januari 2028 heeft opgebouwd, blijft bestaan. Uw partner ontvangt dit als u overlijdt. In de huidige pensioenregeling kan uw partner bij de ingang van dit opgebouwde partnerpensioen kiezen voor conversie. Dit betekent dat uw partner de toekomstige stijging van 3% kan laten omzetten in een hoger pensioen bij aanvang.
In de vernieuwde pensioenregeling vervalt deze keuze. Bij de overstap naar de vernieuwde pensioenregeling voegen we de toekomstige stijging van 3% toe aan het partnerpensioen. Hierdoor wordt het opgebouwde partnerpensioen hoger.
Overlijdt u terwijl u pensioen opbouwt bij SPMS? Dan krijgen uw kinderen pensioen vanaf het moment van uw overlijden. Dit noemen we wezenpensioen. Uw kinderen ontvangen dit pensioen totdat zij 25 jaar zijn.
Zolang u pensioen opbouwt bij SPMS, krijgen uw kinderen een percentage van uw pensioengevend inkomen (2026 maximaal € 137.800). Zij krijgen:
Naast dit verzekerd wezenpensioen ontvangen uw kinderen het wezenpensioen dat u vóór 1 januari 2028 heeft opgebouwd. Het opgebouwde wezenpensioen stellen we elk jaar opnieuw vast. Net als uw eigen pensioen.
In de vernieuwde pensioenregeling krijgen kinderen na uw overlijden wezenpensioen tot hun 25e verjaardag. Het maakt niet meer uit of zij studeren.
In de huidige pensioenregeling stopt het wezenpensioen meestal op 18-jarige leeftijd. Studerende kinderen kunnen nu nog wezenpensioen krijgen tot 27 jaar.
Voor kinderen die op het moment van de overgang al wezenpensioen ontvangen, geldt een overgangsregeling. Vlak voor hun 25e verjaardag vragen wij nog één keer om een studieverklaring. Met een geldige studieverklaring blijft het wezenpensioen doorlopen tot 27 jaar.
Hoeveel partnerpensioen en wezenpensioen nu voor uw situatie is geregeld, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht.
Eind 2027 ontvangt u een voorlopig overzicht met de hoogte van het verwachte partnerpensioen en wezenpensioen in de vernieuwde en de oude pensioenregeling.
Heeft u geen partner of kinderen? Dan vervalt uw pensioenpot en uw opgebouwde partner- en wezenpensioen aan het fonds.
Hiermee betalen we de pensioenen van mensen die ouder worden dan gemiddeld. Zo zorgen we ervoor dat iedereen pensioen krijgt, hoe oud iemand ook wordt.