Samenvatting: Op 1 januari 2028 gaan we over naar de vernieuwde pensioenregeling. Veel blijft dan hetzelfde, maar er zijn ook veranderingen. Hier leest u meer over de belangrijkste veranderingen.
In de vernieuwde pensioenregeling kan het pensioen dat u iedere maand krijgt 1 keer per jaar veranderen. We laten u elk jaar ruim van tevoren weten welk bedrag u vanaf januari iedere maand krijgt. Uw pensioen blijft dan het hele jaar hetzelfde.
Bij de jaarlijkse vaststelling kijken we naar:
Als het nodig is, zetten we de gezamenlijke buffer in om een daling van uw pensioen te dempen.
We beleggen het deel van uw pensioen dat we nog niet uitbetalen. Dat is nodig voor een goed pensioen dat kan blijven groeien. We beleggen wel met minder risico dan toen u nog pensioen opbouwde. Beleggingen kunnen meer of minder waard worden. U ziet dit 1 keer per jaar terug als we uw pensioen vaststellen voor het jaar erop.
Met onderzoek toetsen we hoeveel risico de verschillende groepen bij SPMS willen en kunnen nemen met de beleggingen voor hun pensioen. Dat doen we minimaal 1 keer in de 5 jaar. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek stellen wij ons beleggingsbeleid vast.
Grote schokken in de hoogte van uw pensioen willen we voorkomen. Daarom spreiden we opbrengsten van de beleggingen over 5 jaar.
Elk jaar verwerken we 1/5 deel van de opbrengsten van de beleggingen in uw pensioen, plus 1/5 deel van de nog niet verwerkte opbrengsten van voorgaande jaren. De rest van de positieve of negatieve opbrengsten schuiven we in de tijd vooruit. Dit deel verdwijnt dan niet. Het komt later terug samen met nieuwe opbrengsten van de beleggingen en eventuele andere nog niet verwerkte opbrengsten.
De volledige verwerking van positieve of negatieve opbrengsten moet altijd binnen 10 jaar gebeuren. Zo staat dat in de wet.
In 2029 worden de beleggingsresultaten voor de eerste keer verwerkt in uw pensioen. Dit is dus 1/5 van de opbrengsten van de beleggingen in 2028. Er zijn dan nog geen niet verwerkte opbrengsten van voorgaande jaren. Daarom wordt uw pensioen in de eerste jaren van de vernieuwde pensioenregeling waarschijnlijk minder verhoogd of verlaagd dan u mogelijk zou verwachten.
Zijn de opbrengsten van de beleggingen negatief? Dan zetten we de gezamenlijke buffer in om een daling van de pensioenen te dempen.
We vullen de gezamenlijke buffer voor het eerst als we op 1 januari 2028 overgaan naar de vernieuwde pensioenregeling. Daarvoor gebruiken we een deel van het fondsvermogen. Daarna vullen we de buffer aan uit de opbrengsten van de beleggingen.
In de vernieuwde pensioenregeling hoeven we minder hoge buffers aan te houden dan in de huidige regeling. Daardoor kunnen de pensioenen eerder omhoog als het goed gaat met de beleggingen.
Gaat het meerdere jaren achter elkaar slecht? Dan kunnen de pensioenen omlaaggaan. Gaat het in een uitzonderlijke situatie, zoals een beurskrach, extreem slecht met de beleggingen? Dan kan een verlaging groot zijn.
We hebben de ambitie om te zorgen voor een waardevast pensioen. Het nemen van beleggingsrisico is daarvoor nodig. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de ingegane pensioenen niet te veel bewegen. Daarom nemen we minder beleggingsrisico als u pensioen krijgt dan wanneer u nog pensioen opbouwt.
Als we minder risico nemen, gaat de waarde van de beleggingen minder omhoog en omlaag. Andere maatregelen die we hiervoor nemen zijn: