Samenvatting: Ook in de vernieuwde pensioenregeling heeft u verschillende keuzes als u met pensioen gaat. Wat verandert is de standaardleeftijd waarop uw pensioen ingaat. De keuze voor conversie verdwijnt en iedereen met een partner krijgt standaard een partnerpensioen.
Als u met pensioen gaat, kunt u kiezen voor een lager of geen partnerpensioen. Uw eigen pensioen wordt dan hoger. Uw partner moet hier wel mee instemmen.
Heeft u bij pensionering geen partner? Dan voegen we de waarde van het partnerpensioen toe aan uw pensioen.
Als u met pensioen gaat, kunt u uw pensioen nog steeds laten aansluiten bij uw persoonlijke situatie. Vanaf 2028 krijgt u er 2 keuzes bij en kunt u naast:
Net als nu is het belangrijk om vooraf goed na te denken over uw keuzes. Deze keuzes hebben invloed op hoeveel pensioen u krijgt en op de financiële situatie van uw partner.
Naast de nieuwe keuzes voor deeltijdpensioen en een tijdelijk hoger of lager pensioen veranderen er nog 2 punten als u in de vernieuwde regeling met pensioen gaat:
In de huidige pensioenregeling gaat uw pensioen standaard in op uw 65e en kunt u vanaf uw 60e met pensioen. In de vernieuwde pensioenregeling gaat uw pensioen standaard in op uw AOW-leeftijd. U kunt uw pensioen nog steeds eerder of later laten ingaan:
Gaat u eerder met pensioen? Dan krijgt u minder pensioen per maand. U stopt eerder met het opbouwen van pensioen en wij betalen uw pensioen over een langere periode uit.
Blijft u als vrijgevestigd medisch specialist werken na uw AOW-leeftijd? Dan blijft u pensioen opbouwen en premie betalen voor uw pensioen. U kunt tot maximaal 5 jaar na uw AOW-leeftijd pensioen blijven opbouwen.
In de huidige pensioenregeling kunt u zelf uw pensioenhoogte bepalen met hoge of lage conversie. Deze keuze verdwijnt in de vernieuwde pensioenregeling.
Daarvoor in de plaats kunt u kiezen voor een tijdelijk hoger of lager pensioen. U ontvangt dan gedurende maximaal 10 jaar een hoger pensioen, gevolgd door een lager pensioen, of juist eerst een lager pensioen en daarna een hoger pensioen.
Hiermee kunt u uw pensioen beter afstemmen op uw verwachte uitgaven.
Als u met pensioen gaat, maakt u een aantal belangrijke keuzes. Denk aan het moment waarop u met pensioen gaat, de hoogte van het partnerpensioen en de hoogte van uw pensioen in de eerste jaren.
Een persoonlijk pensioengesprek kan u helpen om de gevolgen van deze keuzes goed in beeld te krijgen. De financieel planners van SPMS helpen u graag bij het maken van een keuze die past bij uw situatie.
U kunt dan nog kiezen voor hoge-, lage- of geen conversie. U gaat dan als gepensioneerde over. Net als voor andere gepensioneerden wordt uw pensioen omgezet naar de vernieuwde regeling. In de vernieuwde pensioenregeling kan het pensioen dat u iedere maand krijgt 1 keer per jaar veranderen.
U kunt uw pensioen laten ingaan vóór of na de overstap. In beide gevallen doet u mee in de verdeling van het fondsvermogen.
Eerder of later met pensioen gaan heeft altijd invloed op de hoogte van het pensioen dat u elke maand krijgt. Gaat u later met pensioen, dan is uw pensioen hoger. Dat komt doordat u korter pensioen ontvangt. U ontvangt per maand meer, maar over minder jaren. Of u de jaren waarin u nog geen pensioen ontvangt, ‘terugverdient’, hangt af van hoe oud u wordt.
Twijfelt u over wat voor u de beste keuze is, dan kunt u deze afweging bespreken met een financieel planner van SPMS.