Tips voor uw financiële planning

U neemt veel bewustere beslissingen op financieel gebied wanneer u een goed beeld heeft van uw totale financiële situatie. In 1.5 minuut vertellen Edwin Pijpers, manager financiële planning, en medisch specialist Dhr. Dijkman u hoe u dit kunt aanpakken.

Deze interactieve video opent mogelijk niet (goed) in Internet Explorer versie 9. Wij adviseren u daarom om de video's in een andere browser te bekijken, zodat u gebruik kunt maken van de interactieve elementen in deze video's.

Uw financiële toekomst bepaalt u zelf

Hoe zorgt u voor een goede financiële planning? Dat begint met het maken van bewuste keuzes. Bijvoorbeeld keuzes voor uw pensioen. Bij SPMS bouwt u, in verhouding tot uw inkomen, een redelijk pensioen op. Houdt u echter rekening met de veranderingen per 1 januari. Edwin Pijpers, financieel planner bij SPMS, vertelt wat die voor u betekenen én hoe u kunt investeren in een gezonde financiële toekomst.
 
De financieel planners van SPMS helpen u graag met de Financiële Scan. U kunt ons bellen voor advies op telefoonnummer 030 – 693 76 80. U kunt ook een afspraak maken per mail: advies@spms.nl.
Op 1 januari 2015 is het maximale opbouwpercentage van pensioenen (opnieuw) verlaagd.
Er geldt een maximale pensioenopbouw die is afgeleid van een inkomen tot € 100.000
De pensioenrichtleeftijd is verhoogd naar 67 jaar.
Wat betekent dit voor mij? 
Verlaging opbouwpercentage De pensioenopbouw bij SPMS wordt niet direct geraakt door deze verlaging. Edwin Pijpers legt uit hoe het zit: “SPMS blijft nog binnen de grenzen van hetgeen fiscaal mag worden opgebouwd, zelfs als de verhoging met de vaste jaarlijkse 3 procent hierbij wordt opgeteld.”
Over het inkomen boven 100.000 euro (voltijds) mag u uw pensioen niet meer fiscaal gefacilieerd opbouwen. Van deze maatregel ondervindt u wel gevolgen. Niet in het pensioen dat u bij SPMS opbouwt, maar wel voor de mogelijke aanvullende oudedagsvoorzieningen. Voor de meeste deelnemers van SPMS betekent dit in de praktijk dat ze nauwelijks tot geen ruimte overhouden voor fiscaal gefacilieerde aanvullende oudedagsvoorzieningen.
SPMS-deelnemers kunnen nog altijd met 65 jaar met pensioen. Maar ook als SPMS de pensioenleeftijd in de toekomst zou verhogen, betekent dat nog niet dat u ook later met pensioen zou moeten. De reeds opgebouwde rechten zijn immers opgebouwd voor een pensioenleeftijd van 65 jaar en worden bij verhoging van de pensioenleeftijd actuarieel gelijkwaardig omgezet. Het is nu ook al mogelijk om in de SPMS-regeling eerder dan 65 jaar met pensioen te gaan. Die mogelijkheid tot vervroeging zal ook in de toekomst blijven bestaan.
U kunt uw pensioen aanvullen door aanspraken op te bouwen in een lijfrente bij een bank of verzekeraar. De premie is tot een bepaald maximum aftrekbaar. Hiervoor maakt u gebruik van de zogenoemde jaarruimte. U berekent uw jaarruimte met de rekenmodule van de Belastingdienst. Hiervoor gebruikt u de ‘factor A’ die is vermeld op uw Uniform pensioenoverzicht. U leest hierover meer in de rubriek ‘Financiële Vraagbaak’ op pagina 14.
Heeft u nog jaarruimte voor aanvullende pensioenopbouw? Dan zijn de lijfrenteverzekering en banksparen de aangewezen manieren om aanvullend pensioen op te bouwen.
Een lijfrente koopt u bij een verzekeraar. Hiervoor betaalt u een periodieke premie. U kunt kiezen uit een levenslange of een tijdelijke lijfrente die u tot een bepaald maximum kunt aftrekken. De tijdelijke lijfrente moet ingaan in de eerste 5 jaar na uw AOW-leeftijd, minimaal 5 jaar duren en maximaal 21.142 euro (2015) per jaar uitkeren. Edwin Pijpers: “Als u de lijfrente alleen op úw leven heeft aangekocht, dan stopt de uitkering als u komt te overlijden. Daar staat tegenover dat u tijdens uw leven een relatief hoge uitkering ontvangt uit de lijfrente. Als u ook uw partner meeverzekert, wordt er uitgekeerd zolang één van u beiden in leven is. De uitkering is dan wel lager dan in eerstgenoemde situatie.”
Met banksparen bouwt u een tegoed op bij een bank- instelling op een geblokkeerde bank- of beleggingsrekening. U kunt kiezen voor een tijdelijke uitkering van minimaal 5 jaar of voor een uitkering van minimaal 20 jaar. Edwin Pijpers: “Banksparen keert nooit levenslang uit, want op is op. Bij overlijden is het nog niet uitgekeerde spaar- en beleggingstegoed voor de erfgenamen. Dat is een wezenlijk verschil met de lijfrenteverzekering." Ook voor banksparen geldt dat u de inleg van uw inkomen kunt aftrekken zolang u nog jaarruimte heeft.
Als u reeds maximaal pensioen opbouwt, heeft u geen jaarruimte meer. U kunt dan op de volgende twee manieren investeren in een gezonde financiële toekomst.
Vanaf 1 januari 2015 kunt u geen lijfrentepremie meer opbouwen over het inkomen boven 100.000 euro. U kunt bijsparen via de zogenoemde nettolijfrente bij een bank of verzekeraar. De inleg van uw nettolijfrente is niet aftrekbaar, maar de uitkering is onbelast. Bovendien betaalt u in de tussentijd géén vermogensrendementsheffing over het bedrag dat u via de nettolijfrente opbouwt. “Wel heeft u met deze vorm van sparen weer te maken met alle beperkingen en regels die ook gelden voor fiscaal gefacilieerde lijfrenten”, aldus Edwin Pijpers. “Zoals een tijdelijke, beperkte uitkering van minimaal 5 jaar of een uitkering gedurende minimaal 20 jaar.”
Een andere goede keuze in uw financiële planning is het aflossen van uw hypotheek. Edwin Pijpers: “Als u geen hypotheekrente meer hoeft te betalen zijn uw uitgaven op pensioendatum substantieel lager en heeft u in verhouding dus minder pensioen nodig. Bovendien kunt u per 1 januari 2001 maar 30 jaar profiteren van de hypotheekrenteaftrek. Dat betekent dat de renteaftrek voor een hypothecaire lening die voor 2001 is afgesloten, met ingang van 2031 komt te vervallen. Dat is al over 15 jaar. Er zijn slechts weinig mensen die zich dat realiseren.
 
"Uiteraard is zelf vermogen opbouwen door sparen of beleggen een goed alternatief. U houdt maximale flexibiliteit met betrekking tot de inzet van dit vermogen. Los van het rendement zit het verschil tussen lijfrente en aflossen op de hypotheek versus vermogensopbouw in box 3, vooral in de jaarlijkse verschuldigde vermogensrendementsheffing van 1,2 procent. Daarnaast speelt ook het eigenwoningforfait een belangrijke rol in deze overweging. Als u geen hypotheekrente meer in aftrek brengt komt de bijtelling van het eigenwoningforfait te vervallen. Meer vermogen in de woning betekent echter ook een hogere overwaarde die weer van invloed is op de bijleenregeling.
Voordat u kiest voor een lijfrenteverzekering, banksparen, een extra aflossing op uw hypothecaire lening óf zelf sparen, is het goed eerst uw volledige financiële situatie in kaart te brengen.