Stabieler pensioen door nieuwe regels

Vanaf 1 juli 2015 gelden nieuwe financiële spelregels voor pensioenfondsen. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat SPMS de risicohouding meet. In 2.5 minuut gaan bestuurslid Piet Biemond en enkele afgevaardigden hier op in.

Deze interactieve video opent mogelijk niet (goed) in Internet Explorer versie 9. Wij adviseren u daarom om de video's in een andere browser te bekijken, zodat u gebruik kunt maken van de interactieve elementen in deze video's.

Bovenstaande video gaat over de risicohouding. Dit is een belangrijk onderdeel van het nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK). Wilt u hier meer over weten? Lees dan onderstaand artikel.  

Kabinet kiest voor meer zekerheid

Per 1 januari 2015 zijn nieuwe pensioenregels in de wet vastgelegd: het zogenaamde nieuw Financieel Toetsingskader (nFTK). In dit artikel leest u eerst wat de overheid heeft beoogd met de veranderingen en vervolgens wat dit voor u betekent.
 
Met name de lage rente en een stijgende levensverwachting maakten, dat de rendementen op de beleggingen de laatste jaren de toegenomen verplichtingen niet konden bijhouden. Het kabinet wil de pensioenen daarom minder gevoelig maken voor schokken op de financiële markten. Daardoor wordt uw pensioen veiliger. Bovendien wil het kabinet risico’s en rendementen eerlijker over de generaties verdelen.
Als we het hebben over een grotere zekerheid rond ons pensioen, dan gaat het daarbij om de zekerheid van de nominale pensioenen. Een nominaal pensioen is een pensioen in euro’s, dat niet auto- matisch meestijgt met de stijgende kosten van het levensonderhoud. Op vier manieren bereiken we meer zekerheid: 
  1. Hogere buffers 
    De pensioenfondsen moeten hogere buffers aanhouden. Die buffers zijn een extra reserve bovenop de bedragen die nodig zijn om de pensioenuitkeringen te kunnen betalen. Deze buffer moet bij SPMS minimaal21 procent zijn. Eind juli 2015 had SPMS een buffer van rond de 24 procent. De pensioenfondsen die te weinig buffers hebben, zijn verplicht een plan te maken om binnen 10 jaar de vereiste buffers te hebben opgebouwd. Een hogere buffer betekent meer zekerheid, omdat een pensioenfonds daardoor minder snel financiële problemen krijgt.
  2. Minder snel indexeren  
    Het pensioen wordt ook stabieler doordat minder snel tot indexatie mag worden overgegaan. Voorwaardelijke indexaties mogen pas worden verleend bij een dekkingsgraad boven de 110 procent. Bovendien geldt dat de indexatie toekomstbestendig moet zijn. Er moeten op het moment van toekenning dus voldoende financiële middelen zijn om de indexatie gedurende meerdere jaren te kunnen toekennen.
  3. Stabiliteit in plaats van dagkoersen 
    In het nFTK is de financiële positie van pensioenfondsen minder afhankelijk van dagkoersen. Zo wordt uitgegaan van een gemiddelde stand van de dekkingsgraad over de laatste 12 maanden: de zogenaamde 'beleidsdekkingsgraad’. Dit geeft uiteraard minder schommelingen, waardoor indexatie niet langer afhangt van de toevallige stand van de dekkingsgraad op die bepaalde datum.
Als een pensioenfonds financieel in zwaar weer verkeert, heeft het de mogelijkheid om de rechten van de deelnemers en gepensioneerden te korten. In de nieuwe wetgeving zijn pensioenfondsen verplicht te korten als de dekkingsgraad 5 jaar lang onder de circa 104,2 procent heeft gelegen. Eerder was dat 3 jaar. Nieuw is bovendien dat die korting mag worden uitgesmeerd over maximaal 10 jaar.
Door het nFTK wordt ons pensioen veiliger. De zekerheid van de uitkeringen wordt groter. Als gevolg van de nieuwe wetgeving heeft het bestuur een aantal besluiten enomen, op grond van twee uitgangspunten: 
  1. We moeten eventuele verliezen niet te veel doorschuiven naar de toekomst
  2. De besluiten moeten evenwichtig uitpakken voor alle deelnemers.
Concreet heeft het bestuur het volgende besloten. De premiesystematiek wordt vooralsnog niet aangepast. Ook de systematiek van de onvoorwaardelijke 3 procent indexatie blijft ongewijzigd. SPMS heeft hiervoor geld gereserveerd en verwacht deze ook in de toekomst te kunnen realiseren. Deze indexatie kan alleen worden aangetast als het financieel heel erg tegenzit, waardoor de dekkingsgraad van het fonds gedurende langere tijd beneden de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,2 procent komt te liggen. Ook zal SPMS, door de strengere regels en kijkend naar de toekomst, iets lagere aanvullende indexatie verlenen.
SPMS vindt het belangrijk dat de nieuwe regels evenwichtig uitpakken voor alle deelnemers.
 
Daarom houdt het bestuur rekening met een gelijke behandeling van jong en oud. Een overzicht van enkele plussen en minnen voor de verschillende generaties bij SPMS op een rij.
Het nFTK moet meer stabiliteit brengen door de spreiding van maatregelen over een langere periode. Dit is meer in het belang van de ouderen. Gepensioneerden worden door een korting namelijk direct in hun portemonnee geraakt. Als die korting uitblijft of lager is hebben zij daar dus direct belang bij. Aan de andere kant is het bestuursbesluit om hard in te grijpen als de dekkingsgraad 5 jaar lang onder het wettelijke vereiste niveau heeft gelegen, in het voordeel van de jongeren. Van het uitsmeren over een langere periode is indat geval geen sprake.
 
Jongeren zijn bovendien meer gebaat bij een zo groot mogelijk belegd vermogen. Zij kunnen daarbij profiteren van een lange periode van goede rendementen, terwijl de risico’s door de lange beleggingsperiode minder zwaar wegen dan voor ouderen. De vereiste hogere buffers zorgen voor dat grotere belegd vermogen. Het bestuursbesluit om eerder tot winstdeling over te gaan, is dan weer in het voordeel van ouderen. Ouderen profiteren immers direct van het hogere pensioen. Voordelig voor ouderen is eveneens het besluit om minder risico te gaan nemen in de beleggingsportefeuille. Zij hebben namelijk minder tijd om slechte beleggingsresultaten te compenseren in goede tijden.