‘Als medisch specialisten hebben we inspraak op de nieuwe pensioenregeling’

Wat is de beste pensioenregeling voor medisch specialisten? Over die vraag hebben de afgevaardigden zich gebogen tijdens de informerende VvA-vergadering van 2 november. ‘Als medisch specialisten kiezen we zelf onze pensioenregeling’, aldus BPMS-voorzitter Jolise Martens.

‘Er komt een nieuw pensioenstelsel. Dat heeft ook consequenties voor BPMS en SPMS’, stelt BPMS-bestuurslid Thijs Plokker. ‘We moeten een keuze maken uit een van de twee varianten uit de nieuwe Wet toekomst pensioenen.’ In de nieuwe wet staan twee contractvormen, de solidaire premieregeling en de flexibele premieregeling. Zoals de namen al aangeven bevat de ene regeling meer solidaire elementen en biedt de andere meer flexibiliteit. Tegelijkertijd is de naamgeving verwarrend, want de solidaire premieregeling bevat ook flexibele elementen, terwijl de flexibele premieregeling ook solidaire elementen kent.

Onderzoek uitgevoerd onder alle deelnemers

‘Wij willen graag weten wat medisch specialisten belangrijk vinden in hun pensioenregeling’, aldus Martens. ‘Hoeveel waarde hechten ze aan keuzemogelijkheden? Aan solidariteit? Aan het feit dat onze regeling exclusief een regeling voor en door medisch specialisten is?’ In opdracht van SPMS deed onderzoeksbureau Motivaction onderzoek naar de voorkeuren van de SPMS-deelnemers. Zowel medisch specialisten die nu pensioen opbouwen bij SPMS als ex-deelnemers en gepensioneerden werden bij het onderzoek betrokken. In totaal vulden ruim 1.800 deelnemers de vragenlijst in. Voldoende respons om betrouwbare uitspraken te kunnen doen, aldus de onderzoekers van Motivaction.

Lichte voorkeur voor solidaire premieregeling

‘Het onderzoek laat zien dat de voorkeur van medisch specialisten uitgaat naar de solidaire premieregeling’, zegt Martens. Dit geldt zowel voor actieve deelnemers als voor gepensioneerden en voormalige deelnemers, “slapers” in jargon. Uit het onderzoek blijkt dat 54% van de deelnemers kiest voor de solidaire premieregeling en dat 46% de voorkeur geeft aan de flexibele premieregeling.

Meerderheid wil geen pech- en gelukgeneraties

Een afgevaardigde merkt op dat de verschillen in voorkeur gering zijn. ‘Kun je dan wel echt spreken van een duidelijke voorkeur?’ Martens legt uit dat de voorkeur voor de solidaire premieregeling ondersteund wordt door andere elementen uit het onderzoek. Zo vindt bijvoorbeeld ruim driekwart van de SPMS-deelnemers dat de pensioenuitkering niet afhankelijk moet zijn van economische factoren, waardoor er pech- en gelukgeneraties ontstaan. Zij geven aan dat ze beleggingsrisico’s met elkaar willen delen. 

Delen van beleggingsrisico’s hoort bij de solidaire premieregeling. In de flexibele premieregeling is het niet mogelijk om beleggingsrisico’s te delen. Ook geeft de meerderheid van de deelnemers aan dat het belang van keuzemogelijkheden niet opweegt tegen de meerkosten én de mindere solidariteit.

Naast veel overeenkomsten enkele opvallende verschillen

‘Er zijn veel overeenkomsten tussen de twee varianten in de nieuwe Wet Toekomst Pensioenen, maar er zijn ook een paar belangrijke verschillen’, aldus Plokker in een toelichting op de twee varianten. Een opvallend verschil is het feit dat beleggingsrisico’s in de ene variant gedeeld worden en in de andere niet. Ook een opvallend verschil is dat deelnemers in de flexibele premieregeling zelf persoonlijke keuzes kunnen maken ten aanzien van hun beleggingsprofiel, terwijl in de solidaire premieregeling per leeftijdscohort een beleggingsprofiel wordt vastgesteld. Hiervoor moet het pensioenfonds periodiek onderzoek doen naar de risicobereidheid van de deelnemers.

Er moet gekozen worden voor één van de varianten

‘Kunnen we niet kiezen voor allebei de varianten?’, oppert een afgevaardigde. ‘Als SPMS beide varianten uitvoert, kan elke deelnemer zelf een voorkeursvariant kiezen.’ SPMS-voorzitter Eelco Stuijfzand legt uit dat dat niet haalbaar is. Niet alleen uit het oogpunt van de verplichtstelling – een beroepspensioenregeling kan alleen verplicht gesteld worden als er voldoende deelnemers zijn - maar het uitvoeren van twee regelingen brengt veel extra werk en daardoor extra kosten met zich mee.

Het betreft nu nog een voorlopige keuze

‘De keuze voor een van de twee varianten is een voorlopige keuze’, stelt Plokker. Dat die keuze nog niet definitief is, komt doordat nog niet duidelijk is wat er precies in de wet Toekomst Pensioenen zal staan. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt op dit moment aan de wet. De wet gaat waarschijnlijk in het tweede kwartaal van 2022 naar de Tweede Kamer. Pas op dat moment is de wettekst openbaar. 

Vervolgens vindt de parlementaire behandeling plaats en kunnen er nog wijzigingen aangebracht worden. Het kabinet streeft ernaar de wetgeving vóór 1 januari 2023 af te ronden. Dat is het moment om te toetsen of de voorlopige keuze voor een van de varianten omgezet kan worden in een definitieve keuze.

BPMS en SPMS langs ziekenhuizen met informatie en presentaties

Om de nieuwe pensioenregeling per 1 januari 2025 te kunnen invoeren, is het noodzakelijk om op korte termijn een voorlopige keuze te maken voor een van de varianten, aldus Plokker. BPMS en SPMS streven ernaar om dit te doen tijdens de bijeenkomst van de VvA op 14 december 2021. Sommige afgevaardigden vinden dat snel. ‘Het is ingewikkelde materie en we moeten dit afstemmen met onze achterbannen’, zeggen zij. 

Martens vertelt dat BPMS en SPMS al in verschillende ziekenhuizen een presentatie hebben verzorgd over het nieuwe pensioenstelsel. In totaal hebben begin november al bijna 40 ziekenhuizen hierom gevraagd. ‘Maak gebruik van deze mogelijkheid’, adviseert Plokker. Hij wijst erop dat er ook op de website van SPMS veel informatie te vinden is over het nieuwe stelsel. Mocht het toch onmogelijk zijn op 14 december een voorlopige keuze te maken, dan kan de keuze uitgesteld worden tot de vergadering van maart 2022, aldus het bestuur.

16-11-2021